info@ontdekdegeit.nl
info@ontdekdegeit.nl

Onthoornen

In de Nederlandse melkgeitensector worden de meeste geiten onthoornd. De belangrijkste reden is dat het praktisch is, het stalsysteem van de boer is meestal niet aangepast op gehoornde dieren. Gehoornde dieren zouden bijv. vast kunnen komen te zitten in de hekken of elkaar kunnen beschadigen in de hoeken van de stal of in de gang naar de melkput. Daarnaast zijn gehoornde dieren gevaarlijker voor de boer (en familie) dan onthoornde dieren.

Zorgvuldig onthoornen

OM het onthoornen zo zorgvuldig en pijnloos mogelijk te laten verlopen, is het voor geitenhouders in Nederland verplicht om bij onthoornen verdoving te gebruiken, evenals het gebruik van pijnstillers. Hierop wordt toegezien in het kwaliteitsborgingsprotocol van de Melkgeitensector, KwaliGeit. Ook moet het verdoven door een dierenarts gebeuren.

Onthoornen in de biologische sector

Onthoornen is niet toegestaan in de biologische veehouderij, maar kan wel indien noodzakelijk. De boer moet hier ontheffing voor aanvragen, en er moet een duidelijke reden voor zijn. Bijvoorbeeld dat de hoorns een gevaar vormen voor de gezondheid van het dier of de boer. Sinds 2021 moet dit voor elk individueel dier dat de boer wil onthoornen.

Hoornloos fokken

Een andere manier om onthoornen te vermijden is hoornloos fokken. Dan worden de dieren al zonder hoorns geboren dus hoef je ook niet te onthoornen. Het gen voor hoornloosheid is bij geiten echter gekoppeld (linkage) aan het gen voor tweeslachtigheid, wat betekent dat door het kruisen met hoornloze dieren de kans groot is dat er onvruchtbare nakomelingen worden geboren. Het levert ook relatief meer bokjes op omdat je meer nakomelingen nodig hebt om genoeg geitlammeren te verkrijgen voor de vernieuwing van de veestapel. Hierdoor is hoornloos fokken bij geiten nog geen goede oplossing.

Hoe zit het met de gezondheid van omwonenden?

Het blijkt dat omwonenden van een geitenbedrijf vaker longontsteking hebben. Is de geitensector gevaarlijk voor de gezondheid?

Uit onderzoek dat het RIVM in 2017 onder 2.500 mensen in Oost-Brabant en Noord- Limburg heeft uitgevoerd, blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen meer kans hebben op longontsteking dan gemiddeld. Interessant is dat uit hetzelfde onderzoek ook blijkt dat astma en allergische rhinitis (neusallergieën) juist mínder voorkomen bij mensen die op korte afstand wonen van veehouderijen. Het gaat verder om een zeer beperkt aantal gevallen van longontsteking.

Onduidelijk
Het blijft onduidelijk waar de extra longontstekingen precies door veroorzaakt worden. Is het fijnstof? Nee, geiten stoten vrijwel geen fijnstof uit. Is het een bacterie of virus die van geiten overspringt naar mensen? Niet aannemelijk, er zijn bij de monitoring geen gevallen bekend die hier op wijzen. Is het iets uit de mest? Zou kunnen, geitenmest wordt een aantal weken tot maanden bewaard op de bedrijven. Mogelijk ontstaan er bij de compostering stoffen die iets doen op je gezondheid. Dit is echter nog niet gevonden.

Onderzoek gaat verder
Omdat het RIVM geen goede verklaring heeft gevonden voor de relatie tussen longontstekingen en geitenbedrijven, vindt er nog verder onderzoek plaats. Pas wanneer we meer weten over de oorzaak, kunnen we aan de slag om dat probleem aan te pakken.

De geitensector doet zelf al onderzoek naar de mogelijkheden om de uitstoot van ammoniak en overlast van geur zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of het mogelijk is om de geiten op een andere vloer te huisvesten, het stro te bedekken met een beschermingslaagje en of we luchtwassers kunnen toepassen. Deze onderzoeken zijn nog in volle gang.